Rijksoverheid logo

Veelgestelde vragen

PAS Algemeen

Waarom een PAS?

Al jaren is er in Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor bepaalde soorten natuur. Het belemmert ook vergunningverlening voor economische activiteiten die stikstof uitstoten. Met de PAS willen we zowel de natuur beschermen als vergunningverlening mogelijk maken.

Is de stikstofuitstoot zoveel hoger in Nederland dan in andere landen?

Gemiddeld is de stikstofuitstoot iets hoger. Belangrijker is dat de afstand tussen de bron en Natura 2000-gebieden in Nederland vaak heel klein is, waardoor de neerslag van stikstof in natuurgebieden relatief groot is.

Wat is de oorsprong van de PAS? En waar is dit vastgelegd?

De PAS is in 2009 vastgelegd in de Crisis- en Herstelwet naar aanleiding van een rapport over de impasse in vergunningverlening door de stikstofproblematiek.

Wat is een stikstofgevoelig habitattype en wat is overbelasting door stikstof?

Elk habitattype (type natuur) kent een Kritische Depositiewaarde (KDW).  De KDW is de grenswaarde voor stikstofbelasting waarboven kans bestaat op negatieve effecten op de natuur. Een habitattype wordt als stikstofgevoelig aangemerkt als de KDW beneden of rond de 2400 mol per hectare per jaar ligt (ongeveer 34 kg per hectare per jaar). Als de daadwerkelijke depositie hoger is dan de KDW, spreken we van overbelasting door stikstof. 

Zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen in de PAS?

De PAS heeft betrekking op Natura 2000-gebieden waarbinnen ten minste één stikstofgevoelig beschermd habitattype en/of leefgebied voor beschermde soorten voorkomt dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Dit is het geval voor 118 Natura 2000-gebieden. Voor een overzicht van alle gebieden die zijn opgenomen in de PAS, klik hier

Wie bepaalt welke gebieden als Natura 2000-gebieden worden aangemerkt?

Natura-2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Een gebied wordt door Nederland aangemeld bij de EU als er unieke en/of kwetsbare natuur voorkomt.

Hoe wordt omgegaan met habitattypen die niet gevoelig zijn voor stikstof?

Voor niet-stikstofgevoelige habitattypen is de hoge stikstofdepositie geen probleem. Deze habitattypen zijn dus niet in de PAS opgenomen.

Vormt de PAS nu de Passende Beoordeling voor activiteiten die stikstof uitstoten?

Het PAS-programma, de passende beoordeling en de gebiedsanalyses tonen samen aan dat door het toedelen van ontwikkelingsruimte voor stikstof de natuurkwaliteit niet achteruit zal gaan en dat de natuurdoelstellingen (op termijn) kunnen worden gehaald. Maar er zijn ook andere factoren die een negatief effect op de natuur kunnen hebben, zoals geluid en licht. Voor deze factoren moet ook een Passende Beoordeling worden geleverd. De PAS voorziet hier niet in.

Welk provinciaal beleid is meegenomen in de PAS?                   

Er wordt provinciaal beleid meegenomen van de provincies Noord-Brabant en Limburg.  In deze provincies zijn veel veebedrijven gevestigd, die gezamenlijk de belangrijkste regionale bron van stikstofuitstoot vormen. Beide provincies hebben vastgelegd dat veehouderijen die willen uitbreiden aan strengere, lagere emissiewaarden moeten voldoen dan wat landelijk is voorgeschreven. 

Krijgt iedere provincie ook nog eigen beleidsregels?

De provincies hebben afgesproken provinciale regels vast te gaan stellen voor de toedeling van ontwikkelingsruimte, in aanvulling op de landelijke regels. Bijvoorbeeld over de termijn waarbinnen een project moet starten na vergunningverlening of het maximale percentage dat een bedrijf mag groeien. Zodra deze regels vastgesteld zijn, zullen de provincies dit bekendmaken. Individuele provincies kunnen ervoor kiezen om daarnaast aanvullende beleidsregels op te stellen.

Welke overheden zijn bij de PAS betrokken?

De betrokken overheden zijn het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, het ministerie van Defensie en de 12 provincies.

Hoeveel stikstof komt uit het buitenland? Hebben ze daar ook een PAS of een dergelijk systeem?

Gemiddeld is 482 mol stikstof per hectare per jaar afkomstig uit het buitenland. Dat is ongeveer één derde van de totale stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Overigens is Nederland netto-exporteur van stikstof; er gaat meer stikstof uit Nederland de grens over naar België en Duitsland dan andersom. In Vlaanderen wordt gewerkt aan de opzet van een PAS.

Nb-wet algemeen

Is de PAS ook van toepassing op beschermde natuurmonumenten?

Nee, de PAS is enkel van toepassing op de 118 Natura 2000-gebieden, die in het Programma zijn opgenomen.

Horen de beheerplannen van Natura-2000 gebieden ook bij de PAS?

De gebiedsanalyses vormen input voor de beheerplannen. Beheerplannen worden niet alleen voor PAS-gebieden, maar voor alle Natura 2000-gebieden gemaakt, en bevatten ook maatregelen die niets met stikstof te maken hebben.

De Wet natuurbescherming heeft toch niet alleen betrekking op stikstof?

Dat klopt. In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Een initiatiefnemer zal bij zijn vergunningaanvraag dus ook andere factoren moeten meenemen. 

Meer informatie over het aanvragen van een natuurvergunning is te vinden op de website van uw provincie.

AERIUS

Waar wordt AERIUS voor gebruikt?

AERIUS berekent de verspreiding en depositie van stikstof in Nederland en bevat specifieke informatie over Natura-2000 gebieden en de habitattypen die daar voorkomen. Zo wordt precies inzichtelijk waar er sprake is van overbelasting door stikstof. Het instrument kan voor vergunningverlening, planvorming en monitoring worden ingezet. Uitgebreide informatie over AERIUS is te vinden op www.AERIUS.nl

Hoe wordt de stikstofdepositie in AERIUS berekend?

In het AERIUS systeem zijn meer dan 1 miljoen stikstofbronnen verzameld voor alle sectoren in Nederland en het buitenland die stikstofemissie hebben. AERIUS berekent de stikstofdepositie die een bron veroorzaakt op basis van specifieke gegevens over de stikstofbron en informatie over de meteorologische condities, terreinruwheid en landgebruik.  Gegevens zijn afkomstig van onder andere het RIVM, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Geografisch Informatiesysteem Agrarische Bedrijven (GIAB).
Voor meer informatie, zie de factsheets op de website van AERIUS.

Wat kost het gebruik van AERIUS Calculator?

Het gebruik van AERIUS Calculator is kosteloos.

Moet ik een externe deskundige inhuren om AERIUS te gebruiken?

AERIUS is samen met gebruikers ontwikkeld, met het doel dat het door iedereen gebruikt kan worden. Uiteraard kunt u zich laten ondersteunen door een externe adviseur.

Hoe wordt omgegaan met de achtergronddepositie uit het buitenland?

Depositiegegevens uit het buitenland worden door het RIVM geleverd. AERIUS neemt deze mee in de berekeningen. Het RIVM krijgt de gegevens uit het buitenland van het EMEP (European Monitoring and Evaluation Programme). Het RIVM gaat er vanuit dat de Europees afgesproken emissieplafonds in het buitenland (NEC) in de toekomst niet overschreden worden.

Wat is de nauwkeurigheid van de uitkomsten van AERIUS?

De berekende depositiewaarden kunnen enkele tientallen procenten afwijken van de werkelijke depositie. De modelonzekerheden spelen echter een veel minder grote rol wanneer verschillende jaren of scenario’s met elkaar worden vergeleken. Omdat de depositie in alle gevallen op eenzelfde manier worden berekend, vallen de systematische fouten tegen elkaar weg.

Kunnen er naast AERIUS nog andere instrumenten worden gebruikt om de stikstofdepositie van mijn activiteit te berekenen?

Nee, als u een vergunning wilt aanvragen, moet u de berekening van uw activiteit maken met behulp van AERIUS Calculator. Dit is vastgelegd in de Regeling natuurbescherming. Op deze manier wordt gegarandeerd dat de stikstofdepositie altijd volgens de laatste wetenschappelijke inzichten wordt berekend.

Kent AERIUS een relatie met metingen?

Ja, via het Landelijke Meetnet Luchtkwaliteit (LML) en Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN).  Op basis van deze meetresultaten worden de te hanteren achtergrondconcentraties en emissiegegevens voor AERIUS jaarlijks gevalideerd en zo nodig bijgesteld.

Maatregelen

Welke typen maatregelen zijn er binnen de PAS te onderscheiden?

De PAS kent twee typen maatregelen. De zogenaamde generieke bronmaatregelen zijn maatregelen die door de landbouwsector worden genomen om de uitstoot van stikstof terug te dringen. Daarnaast worden in alle PAS-gebieden herstelmaatregelen uitgevoerd om de natuur weerbaarder te maken tegen stikstof.

Kan worden gegarandeerd dat de maatregelen echt zullen worden uitgevoerd?

Ja. De generieke bronmaatregelen zijn geborgd in een convenant met de landbouwsector en de herstelmaatregelen worden geborgd via uitvoeringsovereenkomsten.

Hoe zien de herstelmaatregelen eruit?

Er zijn veel soorten herstelmaatregelen. Denk bijvoorbeeld aan intensiever begrazen of het verhogen van de grondwaterstand. Meer informatie over de herstelmaatregelen per habitattype is te vinden in het PAS-programma en de gebiedsanalyses.

Zijn de herstelmaatregelen gebaseerd op de best wetenschappelijke kennis?

Ja.  De herstelmaatregelen zijn gebaseerd op de herstelstrategieën. Deze zijn ontwikkeld door gerenommeerde onderzoeksinstituten en door externe deskundigen beoordeeld.

Biedt het uitvoeren van herstelmaatregelen extra ontwikkelingsruimte?

Nee. Het uitgangspunt voor de berekening van de ontwikkelingsruimte is een economische groei van 2,5%. De herstelmaatregelen zorgen er mede voor dat de natuurdoelen niet door deze economische ontwikkeling in gevaar worden gebracht.

Afspraken met de landbouwsector

Hoe groot is de daling van stikstofuitstoot door de generieke maatregelen die de landbouwsector neemt?

In de Overeenkomst generieke maatregelen landbouw zijn afspraken vastgelegd om een extra netto daling van de stikstofuitstoot in 2030 van 10 kton ammoniak te realiseren ten opzichte van 2013 (referentiedatum 1 januari 2014).

Wat doet/deed het Rijk aan stimulering om deze 10 kton ook daadwerkelijk te halen?

De Rijksoverheid heeft het Besluit gebruik meststoffen en het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij aangescherpt. Het streven is dat de besluiten dit voorjaar in werking treden. 
Verder heeft de Rijksoverheid diverse stimuleringsregelingen om de extra emissiereductie van 10 kton daadwerkelijk te halen.

Hoe wordt de extra emissiereductie van de landbouw gecontroleerd?

Elk jaar wordt het verloop van de emissiereductie en de beschikbaar gestelde hoeveelheid depositie- en ontwikkelingsruimte voor de landbouw gemonitord. Eens per drie jaar evalueren de betrokken partijen de resultaten en besluiten of de gemaakte afspraken blijven staan of dat aanpassing gewenst is.

Depositieruimte en ontwikkelingsruimte

Wat is depositieruimte?

De depositieruimte is de hoeveelheid stikstofdepositie die beschikbaar is voor economische groei.

Wat is ontwikkelingsruimte?

Een deel van de depositieruimte is gereserveerd voor projecten en activiteiten die een vergunning nodig hebben: de ontwikkelingsruimte.   Een deel van de overige depositieruimte is gereserveerd voor autonome groei, zoals een toename van wegverkeer. Ook is er depositieruimte gereserveerd voor initiatieven die zo weinig stikstofdepositie in PAS-gebieden veroorzaken (minder dan 1 mol hectare per jaar) dat besloten is ze vrij te stellen van de vergunningsplicht. Deze reservering heet de grenswaardereservering. Meer informatie over de verdeling van de depositieruimte vindt u hier.

Hoe wordt  de depositieruimte berekend?

De depositieruimte wordt voor elk PAS-gebied - op hectareniveau - berekend. Meer informatie over de depositieruimte is hier vinden.

Hoe wordt ontwikkelingsruimte berekend?

AERIUS berekent welk deel van de totale depositieruimte gereserveerd moet worden voor autonome groei en voor de grenswaardereservering. De resterende depositieruimte die na deze reservering overblijft is de beschikbare ontwikkelingsruimte voor alle projecten en activiteiten met een vergunningsplicht.
Voor meer informatie, klik hier.

Is er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar?

In de PAS is voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar voor een economische groei van 2,5% per jaar, waarbij rekening is gehouden met verschillen in verwachte groei tussen sectoren en regio’s. Waarschijnlijk zal de groei lager uitvallen.

Wat gebeurt er als de ontwikkelingsruimte in een gebied op is?

Als de ontwikkelingsruimte op is, kunnen er geen vergunningen meer worden uitgegeven voor activiteiten die stikstofdepositie in het gebied veroorzaken. Incidenteel kan er, door aanvullende bronmaatregelen te treffen, extra depositieruimte worden gecreëerd.

Wat is de grenswaarde en waarom is deze ingesteld?

Voor initiatieven die een maximale toename van de stikstofdepositie beneden de 1 mol per hectare per jaar op een voor stikstof gevoelig habitattype veroorzaken, geldt geen vergunningsplicht. Hierdoor blijven de administratieve lasten voor ondernemers zo beperkt mogelijk. Voor de sectoren industrie en landbouw en voor infrastructuur geldt wel een meldingsplicht.

Er is sprake van overbelasting door stikstof. Waarom kan toch ontwikkelingsruimte worden uitgegeven?

Door steeds schonere verbrandingsmotoren, reeds bestaand beleid en het aanvullende landbouwbeleid in het kader van de PAS, zal de stikstofdepositie in de komende jaren verder dalen. In de PAS-gebieden worden daarnaast maatregelen getroffen om de natuur weerbaarder te maken tegen stikstof. Dit zorgt er samen voor dat er ontwikkelingsruimte ontstaat.

Wanneer kan de ontwikkelingsruimte worden toegekend in een vergunning?

Ontwikkelingsruimte kan worden toegekend als er ruimte beschikbaar is en de aanvraag voldoet aan de provinciale beleidsregels.

Wat zijn prioritaire projecten?

Prioritaire projecten zijn projecten die door het Ministerie van IenM, het Ministerie van Defensie en de provincies aangemerkt zijn als projecten van aantoonbaar nationaal of provinciaal maatschappelijk belang. De complete lijst met prioritaire projecten is als bijlage bij de Regeling natuurbescherming toegevoegd.

Waarom staan niet alle projecten van bedrijven die onder de topsectoren vallen in de lijst?

Alleen individuele projecten kunnen worden opgenomen in de projectenlijst. Hiervoor geldt het criterium dat het project zelf van aantoonbaar nationaal of provinciaal maatschappelijk belang moet zijn. Er zijn daarom geen sectoren benoemd op deze lijst.

Vergunningverlening

Voor welke activiteiten moet ontwikkelingsruimte worden aangevraagd?

Er moet ontwikkelingsruimte worden aangevraagd voor alle nieuwe activiteiten die een stikstofdepositie op een stikstofgevoelig habitattype veroorzaken van tenminste 1 mol per hectare per jaar. Dit kan aan de orde zijn in meerdere Natura 200-gebieden.

Voor welke activiteiten gaat met ingang van de PAS een meldingsplicht gelden?

Projecten en andere handelingen binnen de sectoren industrie, landbouw en infrastructuur moeten worden gemeld als ze een stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelig habitattype veroorzaken tussen de 0,05 en 1 mol per hectare per jaar.

Hoe vaak mag ik een melding doen? 

Er is geen limiet aan het aantal meldingen, maar wel aan de totale depositie die deze meldingen samen mogen veroorzaken. Als u al eerder een melding heeft gedaan en nu een nieuwe melding wil doen, mag de gecombineerde depositie die deze meldingen veroorzaken niet de grenswaarde van 1 mol per hectare per jaar overschrijden. Is dit wel het geval, dan moet u een vergunning aanvragen.

Kan het bevoegd gezag mijn melding weigeren?

Meldingen kunnen niet worden geweigerd.

Kan de ruimte voor meldingen opraken?

Ja, dit is mogelijk. Op dat moment kunt u voor dat gebied geen activiteiten meer melden, maar moet u altijd een vergunning aanvragen. Het bevoegd gezag kan, in overleg met de Ministeries van EZ en IenM, eventueel besluiten om de ruimte voor meldingen op te hogen ten koste van de ruimte voor vergunningsplichtige activiteiten.

Van welke referentiegegevens gaat de PAS uit?

Uitgangspunt bij vergunningverlening is de activiteit die reeds vergund is in een Nb-wetvergunning. Als u nog geen Nb-wetvergunning heeft, dan wordt gekeken naar de bestaande situatie van vóór 1 januari 2015. Hierbij kan worden uitgegaan van het maximale gebruik dat in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 heeft plaatsgevonden en vergund is op grond van de Wet Milieubeheer. Voor meer informatie, zie de Regeling natuurbescherming en de toelichting bij deze regeling.

Ik heb in de afgelopen jaren mijn bedrijf uitgebreid, maar heb nog geen Nb-wetvergunning. Hoe wordt hier mee omgegaan?

Als uw bedrijf in de afgelopen jaren is uitgebreid, zonder dat hiervoor een Nb-wegvergunning is aangevraagd, dan behoort u tot de zogenaamde ‘interimmers’.  De provincies zijn bezig hun beleid te bepalen over de wijze waarop zij willen omgaan met het legaliseren van deze situaties. Als u nu een vergunning aanvraagt, wordt zowel uw bestaande gebruik als de uitbreiding meegenomen in de vergunning. Alleen voor de uitbreiding ten opzichte van de situatie van vóór 1 januari 2015 is ontwikkelingsruimte nodig.
Voor meer informatie kunt u terecht bij uw provincie.

Ik heb al een Nb-wetvergunning voor een toekomstige uitbreiding. Moet ik opnieuw een vergunning aanvragen?

Nee, dit hoeft niet, tenzij uw huidige plannen anders zijn dan is vergund in het toestemmingsbesluit.              

Ik heb nog geen Nb-wetvergunning. Op basis van welke gegevens moeten vergunningen onder de PAS worden verleend?

U moet in dat geval als initiatiefnemer aantonen wat in de jaren 2012 tot en met 2014 uw maximale gebruik is geweest, binnen de Wet Milieubeheer vergunde ruimte. Voor veehouderij kan dit worden aangetoond middels gegevens uit een landbouwtelling (GIAB), gegevens uit de mestboekhouding of financiële gegevens waaruit blijkt hoeveel dieren zijn aangevoerd en afgevoerd. Voor industrie kan een initiatiefnemer bijvoorbeeld gebruik maken van (milieu)jaarverslagen.

Moet ik er snel bij zijn om ontwikkelingsruimte aan te vragen?

Het beschikbaar komen van ontwikkelingsruimte is verdeeld in de tijd, zodat deze niet meteen op kan zijn. Aanvragen worden in beginsel op volgorde van binnenkomst behandeld. Houd er bij het indienen van uw aanvraag rekening mee dat provincies kunnen bepalen dat activiteiten binnen een vastgestelde termijn na vergunningverlening moeten starten. Er kan niet meer ontwikkelingsruimte worden uitgegeven dan er beschikbaar is.

Krijg ik altijd een natuurvergunning als er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is en mijn project voldoet aan de provinciale regels?

Naast stikstof kunnen meer factoren een rol spelen bij de afgifte van een natuurvergunning. Denk bijvoorbeeld aan geluid of licht in de buurt van een Natura 2000-gebied.

Blijft saldering nog mogelijk na inwerkingtreding van de PAS?

Intern salderen blijft mogelijk. Extern salderen is in beginsel verboden na inwerkingtreding van de PAS. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag voor de vergunningverlening  met betrekking tot een bepaalde activiteit besluiten dat externe saldering kan plaatsvinden. Dat kan het bevoegd gezag alleen besluiten in overeenstemming met de bestuursorganen die het beheerplan vaststellen voor het Natura 2000-gebied waar de activiteit stikstofdepositie veroorzaakt.

Gebiedsanalyses

Wat staat er in de gebiedsanalyses?

Een gebiedsanalyse beschrijft voor een gebied welke beschermde habitattypen er voorkomen, wat de huidige staat van de natuur is, in hoeverre stikstof de komende jaren een belasting zal vormen, de keuze van herstelmaatregelen en een ecologisch oordeel over het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.

Is er in de gebiedsanalyses bij het bepalen van de benodigde maatregelen al rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen?

Ja. Bij het bepalen van de benodigde maatregelen is uitgegaan van een toekomstige stikstofdepositie die past bij een jaarlijkse economische groei van 2,5%.

Wat houdt het zogenaamd ecologisch oordeel in?

Voor elk gebied hebben ecologen een oordeel gegeven over de haalbaarheid van de natuurdoelen: het ecologisch oordeel. Hierbij is uitgegaan van de verwachte ontwikkeling van de stikstofdepositie en een goede uitvoering van de herstelmaatregelen. Voor alle gebieden is geconcludeerd dat verslechtering van de natuur wordt voorkomen en dat de kwaliteit van de natuur (op termijn) waarschijnlijk verbetert.

Monitoring

Wat gebeurt er als blijkt dat de natuur er toch op achteruit gaat?

Als de natuur toch achteruit gaat, wordt eerst onderzocht wat hiervan de oorzaak is. Als de oorzaak met de hoogte van de stikstofdepositie of de effectiviteit van herstelmaatregelen te maken heeft, is bijsturing aan de orde. Bijsturing kan bijvoorbeeld door het wijzigen, vervangen of toevoegen van herstel- en bronmaatregelen. Ook kan de beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte voor activiteiten die stikstofdepositie op het betrokken Natura 2000-gebied veroorzaken (tijdelijk) worden beperkt.    

Heeft bijsturing altijd betrekking op het onderdeel van het programma dat zich niet naar verwachting ontwikkelt?

Nee. Er wordt altijd gekeken naar alle mogelijke handelingsopties.

Wordt er bij iedere afwijking meteen bijgestuurd?

Wanneer uit monitoring blijkt dat een van de aspecten waarop wordt gemonitord afwijkt van de verwachting, wordt eerst onderzocht wat de oorzaak en mogelijke gevolgen van deze afwijking zijn. Wanneer blijkt de doelstellingen van het programma hierdoor niet in gevaar zijn, is bijsturing niet per se aan de orde.

Wat gebeurt er wanneer de depositiedaling tegenvalt of de emissie hoger blijkt dan gedacht?

Wanneer de werkelijke emissie of depositie afwijkt van de verwachtingen hierover, zal worden onderzocht wat hiervan de gevolgen zijn voor de natuurdoelstellingen. Als deze in gevaar zijn, is bijsturing aan de orde.