Rijksoverheid logo

Monitoring en bijsturing

De resultaten van de PAS worden nauwkeurig gevolgd. Waar nodig vindt bijsturing van de PAS plaats, zodanig dat de natuurdoelen te allen tijde worden gehaald. Hand aan de kraan dus.

Met monitoring en bijsturing voorziet de PAS in een systeem om eventuele tegenvallers in depositie-ontwikkeling en herstelmaatregelen op te vangen. De monitoring vindt plaats gedurende de gehele planperiode van zes jaar en is gericht op:

    • De ontwikkeling van de stikstofgevoelige natuur in de PAS-gebieden
    • De ontwikkeling van de landelijke emissie en depositie van stikstof. De depositie wordt ook per Natura 2000-gebied gevolgd, inclusief prognoses voor komende jaren.
    • De uitgegeven ontwikkelingsruimte en de beschikbare depositie- en ontwikkelingsruimte
    • De voortgang van de uitvoering van herstelmaatregelen en de effecten daarvan

Bijsturing
Daalt de depositie niet zoals voorzien? Hebben de herstelmaatregelen niet het beoogde effect? Als de natuurdoelen om welke reden dan ook in gevaar komen, dan wordt de PAS bijgestuurd. Ook wanneer gedurende een planperiode blijkt dat (de verdeling van) de depositieruimte niet meer aansluit bij de economische groei, kan tussentijdse bijsturing aan de orde zijn. Bijsturing kan onder meer inhouden:

    • Meer maatregelen aan de bron om stikstofuitstoot te reduceren
    • Aanpassing en/of intensivering van herstelmaatregelen
    • Aanpassing van de beschikbare hoeveelheid ontwikkelingsruimte

Dit zijn de knoppen waaraan gedraaid kan worden om te waarborgen dat de doelen van Natura 2000 (op termijn) hoe dan ook gehaald worden. Rijk en provincies nemen gezamenlijk besluiten over bijsturing van de PAS. Bijsturing kan in elk geval plaatsvinden halverwege en aan het einde van de zesjarige planperioden van de PAS.

Deel deze pagina

Email Print Twitter Facebook