Rijksoverheid logo

Adviezen Commissie m.e.r.

De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft op twee momenten in de ontwikkeling van het PAS advies uitgebracht:

  • Advies over de concept DPAS (12 juli 2012)
  • Advies over de programmatische aanpak bij de start van de gebiedsfase (30 juni 2011)

In het advies uit 2011 concludeert de Commissie m.e.r. dat de ambitie om economische ontwikkelingsruimte te creëren en ook natuurdoelen te halen groot is, dat de PAS 'een juiste en werkbare aanpak' behelst maar wel concreter moet worden gemaakt. Voor een duurzame economische groei is zekerheid nodig over het behalen van natuurdoelen, aldus het advies. Geadviseerd werd om een duidelijke termijn te noemen voor het behalen van de natuurdoelen, om aan te geven hoe de monitoring gaat werken en welke maatregelen achter de hand worden gehouden om tussentijds bij te sturen als de doelen in gevaar komen.

De Commissie concludeert in 2012 dat voor een goed werkzame, in de praktijk haalbare PAS nog veel werk moet worden verzet. Daarbij verdient het de voorkeur om de PAS zodanig uit te werken, dat een tijdpad wordt gegeven waarbinnen de instandhoudingsdoelstellingen worden behaald. Idealiter dient ontwikkelingsruimte niet eerder te worden uitgegeven dan nadat natuurherstel feitelijk is opgetreden. Vanwege de weerbarstigheid van de voorliggende problemen kan ook een andere aanpak worden gekozen. Als tenminste de juiste (abiotische) randvoorwaarden worden gecreëerd die het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen op termijn niet onmogelijk maken, inclusief van meet af aan een frequente ecologische monitoring met borging van terugkoppelingsmechanismen en maatregelen achter de hand, zou reeds eerder ontwikkelingsruimte kunnen worden uitgegeven. Volgens de Commissie m.e.r. voldeed de DPAS hieraan nog niet.

Toetsingsadvies op het MER met passende beoordeling

Voor het PAS 2015-2021 is een plan-MER (milieueffectrapport) inclusief passende beoordeling opgesteld. Een plan-MER heeft als doel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming door het in beeld brengen en beoordelen van de verwachte milieueffecten. Dit gebeurt onder andere door een vergelijking met alternatieven. In de passende beoordeling van het programma, onderdeel van het plan-MER is onderzocht of wetenschappelijk gezien geen twijfel bestaat dat het gebruik van de in dit programma opgenomen ontwikkelingsruimte en depositieruimte niet leidt tot verslechtering of aantasting van de natuurlijke kenmerken gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de in dit programma opgenomen individuele Natura 2000-gebieden in Nederland en aangrenzende Natura 2000-gebieden in het buitenland (Duitsland en België).

De Commissie m.e.r. is gevraagd een toetsingsadvies te geven op het MER met passende beoordeling over het programma van 10 januari 2015. Op 26 maart 2015 heeft de Commissie m.e.r. haar voorlopig advies over de MER gepubliceerd. Naar aanleiding van dit voorlopig advies heeft de Commissie m.e.r. op 1 mei 2015 een aanvulling op de MER ter toetsing ontvangen. Op 29 mei 2015 heeft de Commissie haar definitief advies gegeven.

De Commissie vindt dat met de beschreven procesaanpak onzekerheden in effecten kunnen worden opgevangen en er daardoor een goede basis ligt om een goed onderbouwd besluit over het programma te kunnen nemen. De commissie heeft nog diverse adviezen gegeven, welke in het proces van de uitvoering van het programma zullen worden betrokken: de adviezen met betrekking tot de internationale review op de stikstofmethodiek (advies paragraaf 2.2.2), de externe review van de gebiedsanalyses (advies paragraaf 2.3.2), monitoring van natuurparameters en bijsturing (advies paragraaf 2.4.2) dienen als input bij de uitwerking van de betreffende onderdelen.

Op basis van het advies met betrekking tot de doelstellingen (advies paragraaf 2.1.2) kan worden geconstateerd dat de gebiedsanalyses een integraal onderdeel van de Natura 2000-beheerplannen vormen en daarmee dezelfde doelstellingen hebben die zijn gebaseerd op de doelstellingen in het betreffend aanwijzingsbesluit. De ambitie van de doelstelling in het beheerplan en gebiedsanalyses sluiten dan ook op elkaar aan (advies paragraaf 2.1.2).

De beoordeling van de milieueffecten van herstelmaatregelen op gebiedsniveau (advies paragraaf 2.3.2) vindt plaats op het moment van besluitvorming van maatregelen wanneer daarvoor een vergunning of besluit moet worden genomen dat ook m.e.r. (beoordelings)plichtig is.

Deel deze pagina

Email Print Twitter Facebook