Rijksoverheid logo

Advies Raad van State

Op 14 februari 2012 is over de systematiek van het programma-in-wording voorlichting gevraagd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Deze voorlichting is op 11 april 2012 vastgesteld. De Afdeling bevestigde op hoofdlijnen de juridische houdbaarheid van de voorgestelde systematiek van het programma-in-wording. Het programma kan, aldus de Afdeling, met inachtneming van de in de voorlichting gegeven aanbevelingen voldoen aan de randvoorwaarden die de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn stellen.

Aanbevelingen in de voorlichting over de inhoud van het programma zelf, zijn verwerkt bij het opstellen van het definitieve programma. Het betreft onder meer de constatering van de Afdeling advisering dat een goede ecologische onderbouwing van het tijdpad waarbinnen de instandhoudingsdoelen worden bereikt van groot belang is. Gelet op de beoogde zelfstandige werking van dit programma in het kader van de toestemmingverlening, kan naar het oordeel van de Afdeling echter niet worden volstaan met de verwijzing naar nog vast te stellen beheerplannen. In de gebiedsanalyses is hier dan ook aandacht aan besteed door per habitattype en leefgebied aan te geven op welke termijn er uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit - daar waar het een doelstelling is- kan worden verwacht. Tevens is per habitattype en leefgebied aangegeven welke daling in stikstofdepositie er is als gevolg van het programma. Ook constateert de Afdeling dat voor de beoordeling van de in het programma aanpak stikstof op te nemen gebieden ook de referentiedata voor Vogelrichtlijngebieden relevant zijn en dat voor de gebiedsanalyses van die gebieden gebruik gemaakt moet worden van de juiste referentietoestand. Voorts dient verduidelijkt te worden dat ook voor stikstof gevoelige leefgebieden van Habitatrichtlijnsoorten relevant zijn bij de beoordeling of een gebied in het programma wordt opgenomen. Aan deze aanbeveling is uitvoering gegeven in de gebiedsanalyses en in hoofdstuk 3.6.2. van het programma. De Afdeling acht het verder van belang dat de geleidelijke toedeling van ontwikkelingsruimte wordt gewaarborgd. De geleidelijke uitgifte is in hoofdstuk 4.2.6 van het programma geborgd.

Verder moet naar het oordeel van de Afdeling de uitvoering van de maatregelen in het programma zijn verzekerd. Hiertoe moet de medewerking van de betrokken partijen zijn verkregen en dienen bindende afspraken te zijn gemaakt over de financiering van de te treffen maatregelen. Dit is vastgelegd in overeenkomsten of convenanten voor de inwerkingtreding van het programma.

Volgens de Afdeling bood het programma-in-wording onvoldoende inzicht in de wijze waarop is gewaarborgd dat ontwikkelingen op relevante wetenschapsgebieden tijdig worden onderkend en hoe zij vervolgens zullen doorwerken in het programma, in het bijzonder in de gebiedsanalyses, de herstelstrategieën en het rekeninstrument AERIUS. Het programma is op dit punt aangevuld in hoofdstuk 6 Monitoring en bijsturing.