Vruchtbaar 'intercollegiaal overleg' over ecologische onderbouwing

woensdag 01 juni 2011

Drie westelijke provincies waren donderdag 26 mei in Den Haag vertegenwoordigd op een informele bijeenkomst bij de provincie Zuid-Holland over de ecologische onderbouwing van gebiedsanalyses. Behalve de gastheerprovincie leverden Utrecht, Noord-Holland en de PAS-organisatie deelnemers aan het intercollegiaal overleg, zoals de workshop werd genoemd.

Een cruciaal onderdeel van de gebiedsanalyses zal straks de conclusie zijn over de perspectieven voor de beschermde habitattypen in het gebied: is het behoud nu en in de toekomst gewaarborgd? Die conclusie bepaalt of en in hoeverre er ontwikkelruimte kan worden toegedeeld aan nieuwe economische activiteiten. Wanneer een vergunning straks zou worden aangevochten, zal de rechter in de eerste plaats kijken naar de categorie waarin het gebied in dat kader terecht is gekomen, en in de tweede plaats ook naar de onderbouwing daarvan. In de handleiding voor de gebiedsanalyses worden de categorieën 1a, 1b en 2 gehanteerd. De eerste twee daarvan schetsen een relatief zonnig perspectief ('het is al goed met de beschermde habitattypes en in de toekomst blijft het zeker goed' respectievelijk 'het is goed met de beschermde habitattypes en voor de toekomst sluiten we niet uit dat het ook in orde komt') terwijl de tweede een donkerder vooruitzicht geeft (het is niet te verwachten dat de habitattypes zich in de toekomst zullen kunnen handhaven').
Het is dus heel belangrijk dat in de gebiedsanalyses de ecologische onderbouwing van de kwalificatie voor het gebied degelijk is. Over de vraag hoe zo'n degelijke onderbouwing tot stand komt ging het overleg in Den Haag, waaraan behalve PAS-medewerkers een kleine twintig vertegenwoordigers deelnamen van voortouwnemers - het verantwoordelijke bevoegd gezag - en opstellers van gebiedsanalyses.
Aan de hand van vier voorbeelden, twee veenweidegebieden en twee duingebieden, werden de stappen besproken waaruit de analyse kan worden opgebouwd. Daarbij kwam het belang over het voetlicht dat de onderbouwing duidelijk moet steunen op de best beschikbare wetenschappelijke kennis en dat de maatregelen die worden voorgesteld bewezen effectief zijn, willen ze straks opgewassen zijn tegen het kritische oordeel van de rechter. Om dat geloofwaardig te maken is het nodig dat de voorgestelde maatregelen duidelijk zijn ontleend aan het PAS-instrument Herstelstrategieën.
Andere dan de drie westelijke provincies toonden in eerste instantie geen behoefte aan een bijeenkomst zoals die in Zuid-Holland. De deelnemers bleken na afloop overtuigd van het rendement van de bijeenkomst.

Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook