Quick scan ‘Trends in ammoniakconcentraties en -emissies’ aangeboden aan Kamer

woensdag 29 oktober 2014

Staatssecretaris Dijksma heeft het rapport ‘Trends in ammoniakconcentraties en -emissies; een quick scan’ van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet aangeboden aan de Tweede Kamer. In het rapport geeft de commissie enkele mogelijke verklaringen voor het verschil tussen de berekende uitstoot van ammoniak en de gemeten concentraties in de lucht. De CDM stelt vast dat de gebruikte modellen rekenmethodieken toepassen die wetenschappelijk geaccepteerd zijn, internationaal worden toegepast en regelmatig worden aangepast aan nieuwe inzichten. Het verspreidingsmodel OPS vormt ook de rekenkern van het rekeninstrument AERIUS van de PAS.

Aanleiding voor het onderzoek was de constatering van het RIVM dat er een significant verschil bestaat in de trends tussen de berekende ammoniakemissies en -concentraties en de gemeten ammoniakconcentraties.  Deze zomer publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving, zoals ieder jaar, in het Compendium voor de Leefomgeving de gegevens van het RIVM over de gemeten ammoniakconcentraties in natuurgebieden en de relatie tot de berekende ammoniakemissies. De metingen laten mede als gevolg van weersinvloeden een wisselende uitkomst zien. Modelberekeningen en metingen weken de afgelopen jaren in lichte mate af. Dit jaar constateerde het RIVM voor het eerst dat het verschil significant is. De metingen laten in tegenstelling tot de berekeningen vanaf 2005 geen dalende trend meer zien. Daarop gaf het ministerie van EZ opdracht aan de CDM om samen met het RIVM en Emissieregistratie te analyseren hoe de verschillen tussen modelberekeningen en metingen zijn te verklaren.

De CDM noemt een aantal mogelijke oorzaken voor de verschillen in trends:

  • de ligging van de meetpunten van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) en Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN), waardoor het aandeel van emissiebronnen in de concentraties anders is dan het aandeel in de emissies (de emissies bij mestaanwending hebben een kleiner effect op ammoniakconcentraties dan stalemissies)
  • het niet corrigeren van emissies voor weer in het National Emission Model for Agriculture (NEMA)
  • een mogelijke onderschatting van emissies van bepaalde bronnen in NEMA, zoals emissies uit varkens- en pluimveestallen en bij mesttoediening (emissiefactor van sleepvoet en mestaanwending aan granen in het voorjaar)
  • onzekerheden in de weerscorrectie en de ruimtelijke verdeling van emissies in het verspreidingsmodel OPS waarmee de luchtconcentraties worden berekend
  • onzekerheden in de modellering van enkele atmosferische processen in OPS, zoals chemische omzetting van ammoniak en de depositie van ammoniak.

Volgens de CDM is het onwaarschijnlijk dat het verschil in trends alleen het gevolg is van een overschatting van de effectiviteit van het ammoniakbeleid.

Nieuwe internationale review en vervolgonderzoek

In haar brief aan de kamer stelt Dijksma geen reden te hebben om te twijfelen aan de wetenschappelijke kwaliteit van de modellen. Om elke twijfel weg te nemen, heeft zij echter besloten de gehele keten van data inzameling, emissieberekeningen, gebruikte modellen, meetnetten tot en met de depositieberekeningen aan een internationale review te onderwerpen, voortbouwend op een eerdere internationale wetenschappelijke review uit 2013. Daarnaast neemt de staatssecretaris de adviezen van de CDM over om nader te onderzoeken hoe het uiteenlopen van de trend van de berekeningen van de emissies en de metingen van ammoniakconcentraties kan worden geduid.

Afgesproken daling ammoniak veiligstellen

Tot slot stelt Dijksma dat zij op korte termijn wil onderzoeken wat er nodig is om de met de landbouwsector afgesproken daling van ammoniak veilig te stellen en het effect op de natuur aan te tonen. Op basis van de analyse van de CDM signaleert de staatssecretaris mogelijke knelpunten op basis waarvan actie noodzakelijk is. Dit heeft betrekking op mesttoediening, emissie uit stallen en mestgiften.

Meer informatie:

Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook