Onverwacht grote belangstelling maatschappelijke organisaties

woensdag 15 juni 2011

Ondanks het geringe aantal aanmeldingen vooraf trok een speciale bijpraatbijeenkomst over de PAS met maatschappelijke organisaties vorige week maandag in Utrecht toch nog een flink aantal bezoekers. Veel vragen konden worden beantwoord. Andere bleven nog open, vooral waar het proces op weg naar de definitieve PAS nog volop gaande is.

Programmaleider Sander de Bruin hield een korte presentatie voor de aanwezige vertegenwoordigers van onder meer werkgeversorganisatie VNO-NCW, land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland, Nederlandse Melkveehouders Vakbond, stichting Natuur en Milieu, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Die gaf aanknopingspunten voor een groot aantal vragen.
Benieuwd waren de aanwezigen bijvoorbeeld naar de voortgang van de huidige fase: wordt Fase III op tijd afgesloten? Ja, dat is nog steeds de inzet, antwoordde de Bruin, maar over de conclusies die dat gaat opleveren valt nog niet veel te zeggen. Of er bijvoorbeeld genoeg ontwikkelruimte is om in de behoefte te voorzien en in hoeveel gebieden dat eventueel niet het geval is, dat wordt pas duidelijk als Fase III is afgesloten. Daarvoor is deze fase nu juist bedoeld, benadrukte de programmaleider. Kan het gebeuren dat er in sommige gebieden geen oplossing wordt gevonden voor het stikstofvraagstuk, zo werd hem voorgelegd. Het is de inzet van de PAS om dergelijke situaties tot een minimum te beperken, was het antwoord. Juist fase III is bedoeld om inzicht te krijgen in aantal en omvang van zulke situaties, en in de vraag welke oplossingen dan voorhanden zijn.
De juridische houdbaarheid van de PAS vormde ook aanleiding voor vragen vanuit de maatschappelijke organisaties. De PAS is in het leven geroepen, legde De Bruin uit, om een model aan de verantwoordelijke bestuurders voor te kunnen leggen dat kan worden omgezet in een wettelijke regeling. Juridische houdbaarheid is dus een eerste vereiste. Ook het rekeninstrument AERIUS zal een wettelijke status krijgen: als het bestuurlijk akkoord er straks komt, is het de bedoeling dat AERIUS wordt gebruikt bij het verlenen van vergunningen.
Op een vraag daarover kon De Bruin antwoorden dat de gemeentes in het huidige stadium nog niet actief bij de PAS zijn betrokken. Wel zijn er vijf regionale informatiebijeenkomsten georganiseerd samen met de vereniging van Nederlandse Gemeenten. Als er meer duidelijkheid is over het proces van vergunningverlening zoals dat er stras werkelijk uit komt te zien, worden de gemeenten er zeker ook nauwer bij betrokken, verzekerde De Bruin.
Een andere vraag had betrekking op de administratieve lasten voor de ondernemers die uit de PAS zouden voortvloeien. De Bruin kon de aanwezigen op dit gebied goed nieuws bieden: die lasten zullen flink naar beneden gaan. De ondernemers hoeven immers bij een werkende PAS niet meer zelf de ecologische onderbouwing van hun vergunningaanvraag te leveren. Die is al onderdeel van de stikstofanalyse voor het gebied, waarbij het gebruik van het rekeninstrument AERIUS alleen nodig is om te bepalen of de aanvraag zich binnen de grenzen van die analyse bevindt.
Veel aanwezigen bleken nog niet op de hoogte van de beschikbaarheid van de PAS-informatiebrochure en toonden zich geïnteresseerd om daar alsnog kennis mee te maken.

Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook