Maatregelen vastgesteld voor emissiearm mest aanwenden

maandag 15 oktober 2012

Vanaf 1 januari 2014 zal er geen verschil meer zijn in de toegestane manieren om mest op het land te brengen. Nu is het op klei en veen nog toegestaan om drijfmest met de zogenaamde sleepvoetmethode op grasland te 'leggen'. Straks moet de drijfmest overal in de graszode worden gebracht, zoals nu al het geval is op zand- en lössgronden.

Gezien het grote areaal grasland op klei en veen en de veel kleinere vervluchtiging bij aanwending in de bodem, levert de maatregel een aanzienlijk extra bijdrage aan de nationale opgave ter vermindering van de ammoniakuitstoot, mede in verband met de PAS. Dat schreef staatssecretaris Bleker donderdag 11 oktober in een brief aan de Kamer. De maatregel is onderdeel van een nationaal pakket om de uitstoot van stikstof verder terug te brengen. Ook op onbeteeld bouwland moet de mest vanaf die datum in de grond worden gebracht.
Voor situaties waarin aanwenden in de bodem niet goed uitvoerbaar is, bijvoorbeeld bij een te harde bodem, wil de bewindsman uitzonderingen mogelijk maken. Daarbij gaat het om drie methoden die alle tot een vergelijkbaar lage uitstoot van ammoniak leiden als die van het in de grond werken.
In de eerste plaats zou in zulke situaties mest kunnen worden aangevoerd in slangen en verdund op het land gebracht. Ook zijn er toepassingen waarbij direct een gelijke hoeveelheid water over de aangebrachte mest wordt gespoeld. Een derde methode waarvoor de staatssecretaris een uitzondering wil maken bij moeilijke omstandigheden, is die waarbij de mest voor het aanwenden tot een bepaald niveau wordt aangezuurd.
Voor de 'waterspray'-methode wil de staatssecretaris al in 2013 een proef toestaan. Naar de aanzuurmethode loopt nog onderzoek. Daarvan wacht hij de uitkomsten in 2013 af alvorens deze methode definitief als uitzondering te bestempelen.

Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook