Gebiedsfase volgens planning afgesloten

donderdag 21 juli 2011

Op vrijdag 15 juli is fase III van de PAS, de fase waarin gebiedsanalyses zouden worden gemaakt in alle provincies, volgens de planning afgesloten. Dat is bijzonder omdat dit deel van het PAS-proces onder grote tijdsdruk en onder moeilijke omstandigheden plaatsvond.

Afgelopen vrijdag waren tien provinciale rapportages klaar van de twaalf die als basis zouden dienen voor een analyse door de projectleiding van fase III. Twee - maar dat gaat over slechts drie gebieden - werden voor een laatste check nog over het weekend heen geschoven. Ook de Dienst Landelijk gebied, die verantwoordelijk is voor de Natura 2000-gebieden van de ministeries van EL&I en Defensie en van Rijkswaterstaat, kon tijdig zijn bijdrage leveren.
Daarmee ligt de bal nu bij de projectleiding van fase III, die zich in de komende weken gaat inspannen om een analyse van de resultaten te maken waarmee fase IV van de PAS verder kan worden voorbereid. Dat zal geen kleine opdracht zijn volgens projectleider Meine Bruinsma, die tevreden is over de gehaalde deadline maar wel wijst op de verschillen tussen de diverse rapportages. 'Juist omdat we alles op alles hebben gezet om binnen het tijdschema te blijven, is in de meeste gevallen het laatste stadium van de gebiedsanalyses bekort. Dat was het stadium waarin stukjes van de analyse nog eens overgedaan konden worden met andere uitgangspunten, als de uitkomsten van de eerste keer niet bevredigend of niet realistisch zouden lijken. Het idee was dat je zo steeds dichter in de buurt zou komen van conclusies die realiteits-proof zijn.'
Nu is het zaak, denkt Bruinsma, om in de afsluitende analyse de gevolgen te verwerken van de verschillen tussen de rapportages die hierdoor zijn veroorzaakt. Die analyse zal een globaal beeld opleveren van de kosten van de in de PAS opgenomen herstelstrategieën voor bedreigde habitattypes. Daarnaast geeft hij een beeld van de verhouding tussen de ontwikkelbehoefte - dat is de economische behoefte aan mogelijkheden om nieuwe ontwikkelingen te realiseren waar de uitstoot van stikstof aan te pas komt - en de ontwikkelruimte. Daarbij ligt een uitsplitsing voor de hand, aldus de projectleider, tussen de eerste beheerplanperiode van zes jaar en de volgende twee van ieder weer zes jaar. Ook moeten er afspraken gemaakt worden over de wijze waarop wordt omgegaan met nieuwe gegevens en met de ervaringen die worden opgedaan met de maatregelen

Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook